|
Zal ik me aan u voorstellen? Dan weet u wie deze bladzijde in het vervolg probeert te vullen. Ik ben Irene Onderweegs, de enige echte vierdaagse naam zeg ik maar altijd. En ik ben gewoon een van de vele wandelaars die Nederland telt. Zoals u allemaal. En ik geniet iedere keer weer van georganiseerde - en ongeorganiseerde - tochten. Die laatste vooral in de vorm van routes die ik in het kader van de trainingen voor Nijmegen loop. Ooit hoop ik eens alle meerdaagse tochten in een jaar te kunnen lopen, daar wordt stevig voor gespaard. In conditie in de eerste plaats. Jammer dat u uw vorige columnist moet missen. Nu zult u het met mij moeten doen. Of ik bij u in de smaak val, daar houd ik me niet mee bezig – het zou wel leuk zijn natuurlijk, maar dat is niet mijn eerste gedachte. Waar ik me wel mee bezig houd, is of we er met ons allen een goed en gezond lijf aan overhouden, aan het wandelen. Voor mij is het in ieder geval fijn dat ik me daar nu meer mee bezig kan houden dan vroeger, kinderen de deur uit en een lieve partner die met mij oploopt. Tussen mijn tienerjaren en nu een groot niet-wandel tijdperk, en sinds een jaar of tien weer op de voeten. Groene voeten noem ik dat het liefst. In tegenstelling tot grijze, zwarte of rode, om lekker te wandelen met het liefst bomen en gras om me heen. Mijn herinneringen gaan terug naar mijn middelbare school tijd, waar ik geregeld de kuierlatten genomen heb en tussen Haarlem en het Bloemendaalse strand mijn hoofd even leeg kon maken. Vanuit het centrum van de stad waar ik toen woonde, naar de leegte van de zee, ondertussen genietend van de wind en de natuur om me heen. Niet veel bijzonders, maar zowel toen als nu zie je nauwelijks mensen die dat stukje lopend afleggen. Meestal zoefden auto’s op weg naar Zandvoort al oefenend voorbij, u weet wel, op weg naar het racecircuit. Of behanddoekte fietsers op hun ultieme doel af: het strand met bier en bikini als modern natuurpanorama. Patat ook toen al aan de eindstreep, ijsjes aan de meet, haring van de vleet. En kwallen. Maar dan had ik al lekker met de wind in de rug heerlijk zandloos kunnen lopen. Het was dan oostenwind, en terug natuurlijk ook nog. Ook zandloos, scheelde weer een zonnebril. Nu hoop ik me dan ook nog bezig te gaan houden met het mede besturen van de Noord-Hollandse wandelclub. Vind ik leuk, ook anderen mogelijk maken van het wandelen te genieten. U en uw besturen wat steuntjes in de rug te kunnen geven bij het organiseren van tochten, waar zoveel mensen vrijwillig hun tijd en energie in steken om al het prachtigs wat er om ons heen is in gecondenseerde vorm aan u te kunnen presenteren. Daar word ik zelf erg gelukkig van, want geven is krijgen nietwaar? Graag hoor ik van u als u mij wat te vertellen heeft, of een leuke suggestie waar we wat mee kunnen. Tot de volgende keer! Wandelgroeten, Irene Onderweegs
|